Sparren met Christa Blog Over Lerna

Boeven in mijn huis (13 februari 2020)

Na drie dagen tango dansen stap ik om half 1 ‘s nachts zingend uit de auto. Ik loop naar mijn huis en zie ik dat het slot weg is. Huh, das vreemd?

Dat zal wel door de storm komen.

Maar het rolgordijn zit ook anders dan toen ik vertrok.

Hoe kan dat dan?

Terwijl ik naar de deur begin ik te snikken en te trillen.

Ik weet al hoe laat het is.

Door het raam en zie een enorme troep en allemaal kastdeurtjes open.

Ineens herinner ik me dat het slimmer is om nu niet naar binnen te gaan..

Ik app mijn familie: “Wie kan mij NU bellen? Het is dringend”. Binnen een paar seconde belt mijn broer. Precies die broer waar ik al een tijdje ruzie mee had. Ik voel tot diep in mijn vezels dat ons conflict er nu totaal niet toe doet. Hij is er voor mij.

Snotterend, snikkend, bibberend en hakkelend vertel ik mijn verhaal.

Hoe stom het van me was dat ik de gordijnen had open gelaten.

“Daar hoef je nu helemaal niet mee bezig te zijn” zegt hij.

En hij heeft gelijk. Niemand heeft het recht om iemand anders huis binnen te gaan en daar wat mee te nemen. Ook al staat het gordijn open!

Verder is hij vooral stil en luistert hij naar me. Precies wat ik nodig heb.

De politie maakt de achterdeur open en ontdekt dat het huis leeg is.

Met name mijn slaapkamer ligt overhoop. Al mijn intieme spulletjes liggen open en bloot verspreid door de kamer en ik schaam me kapot. “Geeft niet mevrouw, we zijn wel wat gewend”.

Wat ben ik kwijt? Niet veel. Er valt bij mij niet zoveel te halen.

Mijn minimalistische levensstijl komt goed van pas. Een oude tablet, telefoon, koptelefoon en de reservesleutels van mijn auto. Verder kom ik eigenlijk niet.

Binnen no time is een proces verbaal opgemaakt, zijn de sloten vervangen met nog betere sleutels, legt de politie me precies uit wat ik kan doen om de kans op vervolg te verkleinen en wordt slachtofferhulp ingeschakeld. Wat leven we toch in een goed georganiseerd land. Op dat moment ben ik alleen maar dankbaar.

Na een lange nacht val ik rustig in slaap.

En dat is wat me opvalt. Ik voel me rustig. Mijn hoofd wil bang zijn, wil zich onveilig voelen, wil geloven dat het heel erg is wat mij is overkomen. Dat er zomaar mensen in mijn huis zijn geweest en dat dat echt vreselijk is. Al die gedachten komen langs.

Maar ik voel ook dat er iets anders in mij is, iets heel sterk, wat daar niet in mee gaat. En ik voel hoe dat grote sterke in mij, dat bange geschrokken mensje opvangt en haar veilig stelt.

Ze zijn in mijn huis geweest, maar niet in mijn hart.

De rust blijft. De angst trouwens ook.

De volgende dag moet ik een paar keer huilen, maar ik merk ook: het raakt met niet echt. Ben ik aan het ontkennen? Aan het ontwijken?

Twee jaar lang ben ik bezig geweest om contact te maken met datgene in mij dat groter en dieper is dan ik met mijn hoofd kan bedenken. En ik voel het, ik heb er contact mee. Zoals een lieve vriendin tegen me zei: “The power behind you is bigger than the obstacle in front of you.”

De klap kan natuurlijk wat later kan komen.

Maar er komt niets. Bij mijn liefje kan ik even mijn verhaal doen en ontladen en kom in een diepe rust terecht. Alles is goed.

Dan nog mijn kinderen. Wat vertel ik hun?

Ik win advies in van anderen, van ervaringsdeskundigen en mensen die hun kennen. Ik besluit om eerlijk te vertellen wat er gebeurd is. Ze hoeven niet beschermd te worden voor dit nieuws en ik hoef ook niet de boel wat te verbuigen om het dragelijker voor hun te maken.

“Jongens ik heb slecht nieuws voor jullie. Nieuws waar je mogelijk van gaat schrikken of huilen”. Vier ogen wijd gesperd, oren alert.

“De tablet is gestolen en de telefoon ook. Er zijn mensen die het slot van de voordeur kapot hebben gemaakt en zo ons huis in zijn geweest op zoek naar waardevolle spullen. Het goede nieuws is dat jullie een nieuwe tablet krijgen en nu zelf een telefoon mogen uitkiezen”.

Ze vinden het heel erg wat er is gebeurd, maar zien ook de voordelen van een nieuwe tablet.

Ik leg hun uit dat we nu nog betere sloten hebben en dat ik nog wat maatregelen ga treffen om het huis beter te beveiligen.

Ik vraag ze of ze zich onveilig voelen thuis of bang zijn. Maar dat valt mee. Gelukkig waren ze niet thuis toen het gebeurde.

‘s Middags gaan we naar de kapper.

Als we naar buiten lopen met ons mooie haar, vinden we dat we maar uit eten moeten vanavond. We zien er alle drie zo mooi uit.

“Dan vieren we ook dat we ons niet laten teleurstellen door de boeven”, zegt mijn dochter.

Ons leven is veel te mooi en kostbaar om ook maar één seconde langer dan nodig energie en aandacht te steken in zo’n zinloze actie.

Eet smakelijk!